05.09.08

Nieuwsbrief paard: september 2008

Eikenprocessierups: mogelijk een probleem voor paarden?

Eikenprocessierups: mogelijk een probleem voor paarden?

In Nederland heeft de eikenprocessierups zich de afgelopen jaren over steeds grotere delen kan het land verspreid. Behalve overlast en gezondheidsklachten bij mensen kunnen de brandharen van deze rups ook bij dieren (meestal paarden en honden) problemen veroorzaken.
Ook in de gemeente Berkelland komt deze rups voor. In de zomermaanden kunnen de rupsen en hun brandharen de volgende problemen geven: zwelling en ontsteking van het mondslijmvlies en de tong, van de oogleden, de neus, de keel, en de voorste luchtwegen. Maar ook diarree, gasvorming en koliek kunnen optreden. De brandharen van de rups in hooi vormen waarschijnlijk een groter probleem dan het directe contact met de rups zelf. Let erop bij aankoop van hooi en vraag of de processierups daar voorkomt. Indien u vermoedt dat uw paard verschijnselen vertoont die wijzen op contact met de brandharen of de rups zelf, neem dan contact op: het dier krijgt dan ontstekingsremmende medicijnen toegediend.


Koliek die geen koliek is
    

Een paard dat staat te krabben op stal, naar zijn buik kijkt, rolt of op een andere manier onrustig is krijgt al snel de diagnose koliek opgespeld door de eigenaar, of wel een probleem in het maagdarm stelsel. Maar het probleem kan zich ook ergens anders in het lichaam bevinden en toch de verschijnselen koliek geven. We spreken dan over valse of schijnbare koliek.
Bij schijnbare koliek bevindt het probleem zich net als bij echte koliek in de buikholte. Enkele voorbeelden zijn blaasstenen die vastlopen in de plasbuis en sommige leverproblemen. Bij (drachtige) merries kunnen een slag in de dracht,  een abortus, een op gang komende geboorte en het samentrekken van de baarmoeder na een geboorte ook het beeld van koliek geven.
Bij hengsten kan de draaiing van een testikel met hevige, op koliek lijkende pijn gepaard gaan.
Bij valse koliek zit het probleem ergens anders in het lichaam dan in de buikholte. Voorbeelden van valse koliek zijn spierbevangenheid en zenuwaandoeningen.

De te hulp geroepen dierenarts (koliek is altijd een spoedgeval) zal door de uitgebreide anamnese (vragen aan de eigenaar), een grondig lichamelijk onderzoek, het goed kijken naar het paard als geheel, de houding en de gang van het dier, een onderscheid kunnen maken tussen ware koliek en valse of schijnbare koliek. Soms moet ook een laboratorium onderzoek plaats vinden om uitsluitsel te geven over bijvoorbeeld spieraandoeningen.
Bij de klacht “koliek” moet dus verder gedacht en gekeken worden dan alleen naar het maagdarmkanaal. Problemen buiten het maagdarmkanaal kunnen door goed vragen en goed onderzoek snel herkend worden.


Seniorpaarden: nu al voorbereiden op het najaar

Ook dit jaar raakt het gras weer op en zullen oudere paarden vermageren.
De oorzaak voor de achteruitgang van de conditie ligt vaak in een minder functionerend gebit. Ook een trage verharing, minder mooie mestballen en lichte koliekaanvallen kunnen daar tekenen van zijn. Het controleren en behandelen van kauwproblemen kan verteringsstoornissen en dus achteruitgang van conditie voorkomen. Minder goed kauwen betekent minder verkleining en kneuzing (ontsluiting) van het voer en minder speekselproductie. Speeksel is belangrijk voor een efficiënte vertering. De opname van voedingsstoffen daalt en de doorstroom van onverteerd voedsel van de dunne naar de dikke darm neemt toe. Het paard krijgt gemakkelijker koliek.
Maar ook met een op het oog goed gebit kunnen deze verschijnselen van verteringsverlies en koliek aanvallen  optreden. Het aantal kauwslagen en de kracht ervan zijn bij seniorpaarden lager: het kauwproces is niet optimaal. De enige oplossing voor de senior met conditieverlies, verteringsstoornissen en/of koliekklachten is om naast een gebitsbehandeling passend voer aan te bieden.
Het voer moet goed verteerbaar zijn, verteringsstoornissen voorkomen, alle noodzakelijke voedingsstoffen bevatten en voldoende vezels bevatten voor een goede darmwerking en gezonde darmflora.
Heeft u vragen over de voeding van uw paard of over zijn conditie, neem dan contact op.


Tip: cursus Basisvoeding paard op internet voor maar 15 euro

De website www.abouthorses.nl biedt een aantal uitstekende cursussen aan, waarvan één over paardenvoeding door dierenarts/ specialist veterinaire diervoeding dr. Anneke Hallebeek.
De cursus is praktisch en is inhoudelijk van goede kwaliteit. Andere cursussen gaan over verzorging, huisvesting, gezondheid en aankoop van paarden.


Conditieverlies in het najaar: denk aan wormen

Nog vaak vormen worminfecties met kleine strongyliden een probleem in het najaar.
Sportpaarden gaan minder presteren en kunnen vermageren en een dorre vacht  krijgen. Of een wormbesmetting daar de oorzaak van is kan eenvoudig onderzocht worden met een mestonderzoek met eitelling.


Resultaten mestonderzoek

Het afgelopen jaar hebben meerdere paardenhouders een mestonderzoek laten doen met vaak een verrassend resultaat: bij een aantal paarden was zowel het 1e onderzoek in maart / april als het 2e onderzoek eind juni / begin juli negatief en was het dus niet noodzakelijk om te ontwormen. Uit onderzoek blijkt bij sommige paarden resistentie tegen een aantal wormen voor te komen (niet tegen lintwormen en paardenhorzels).
Wanneer paarden drie maal een negatief mestonderzoek hebben  met 3 maanden tussentijd, is de kans groot dat ze een goede weerstand tegen wormen hebben en hoeven ze dus niet meer ontwormd te worden (wel indien eventueel lintwormen en horzellarven voorkomen).
De weerstand schijnt met name bij oudere paarden voor te komen.
Belangstelling? Vraag ernaar!